Deuren sluiten automatisch

Het is 11 september 2019. ‘Lekkere datum kies je ook weer uit,’ zegt een vriendin tegen me, een paar dagen van tevoren. Ik haal mijn schouders op. Woensdagochtend 11 september was nu eenmaal de goedkoopste vlucht van Cork naar Amsterdam. De datum maakt voor mij geen verschil. ‘Het is ook wel symbolisch,’ merkt iemand anders op. Ik weet niet precies wat dat moet betekenen, maar dat gebeurt wel vaker bij goedbedoelde opmerkingen. De bedoeling is goed, maar de betekenis soms wat ver te zoeken. Het geeft niet.

Herinneringen

De dagen voor mijn vertrek heb ik gevuld met een paar laatste tochten door de heuvels. Overdag lopen, om wat laatste nieuwe herinneringen aan Ierland in mijn geheugen te prenten. ’s Avonds dozen inpakken, om tegen wil en dank oude herinneringen op te slaan die mee teruggaan naar Nederland.

Het zijn er niet veel. Het huis wordt tijdens het inpakken ook niet veel leger. Ik laat veel achter. Spullen die ik niet voor de zoveelste keer in een paar jaar tijd wil verhuizen, en spullen die ik niet meer hoef te zien. Herinneringen die zijn verworden tot ballast.

Mind yourself

De rit naar het vliegveld verloopt in slow motion. In de hal blijkt dat weinig mensen ervoor hebben gekozen om te vliegen op 11 september. Het is er stil. De beveiliger kijkt toe terwijl ik mijn laptop uit mijn bagage vis, en begint spontaan een verhaal te vertellen. Dan ziet hij mijn bedrukte gezicht en valt stil. ‘Just mind yourself,’ zegt hij met een bemoedigend knikje. Mind yourself. Hij is niet de eerste die dat tegen me zegt. Take care, zorg goed voor jezelf, hou je taai. Ik weet het. Ik doe wat ik kan.

Tijdens het boarden overweeg ik meerdere keren om me om te draaien en naar buiten te lopen. Dat is toch wat er in films gebeurt? Dat dan de prins op het witte paard toch terug is komen galopperen, dat de zon schijnt, dat het allemaal een misverstand was? Maar ik draai me niet om, dit is geen film. Algauw stijgt het halflege vliegtuig op. Dikke grijze wolken onttrekken Ierland aan het zicht.

Prettig verblijf

Dan zijn er plotseling de opgewekte woorden van de stewardess: ‘Welkom in Amsterdam! We wensen u een prettig verblijf.’ Zoals altijd wordt het vliegtuig op het uiterste puntje van het vliegveld geparkeerd en dus mag ik een flink stuk lopen voordat ik bij de aankomsthal ben. Normaal erger ik me aan trage toeristen en rondrennende kinderen. Nu niet. Ik slenter naar de sluis. De sluis met schuifdeuren aan beide kanten. De schuifdeuren met waarschuwende woorden erop.

Geen terugloop mogelijk. Deuren sluiten automatisch.

Mijn terneergeslagen kant legt zich bij dit zestal woorden neer. Die kant concludeert dat deuren er inderdaad zijn om dicht te gaan, dat er geen weg terug is. Maar ondertussen blijft mijn strijdbare kant stug tussen de deuren in staan: er is altijd een weg terug, en wat dicht is kan toch weer geopend worden? Hou mij maar eens tegen! Wanneer die kant de overhand heeft loop ik dwars door deuren heen, ga ik linea recta terug naar het land waar ik van ben gaan houden, en verzin ik mijn eigen film wel. Dan maar zonder prinsen en witte paarden.

Terugloop

Toch loop ik door. Ik probeer niet uit of er toch terugloop mogelijk is. Mijn strijdbare kant mag later weer. De deuren sluiten inderdaad automatisch. Ik geloof het wel. Ik ben moe. Ik wil naar huis, maar ik weet niet waar dat is. Voor of achter de schuifdeuren, naar voren of juist terug.

Op 11 september 2019 kom ik met mijn koffertje aan bij mijn ouderlijk huis. Mijn terneergeslagen kant en mijn strijdbare kant lopen door de poort en de achterdeur waar ze als kind ook zo vaak doorheen zijn gelopen – in allerlei gemoedstoestanden, in allerlei fases, alleen en met zijn tweeën. Hier is de deur niet automatisch dichtgegaan. Er is terugloop mogelijk. Tijdelijke terugloop, zo vertel ik mezelf keer op keer. Terugloop, om uiteindelijk weer naar voren te kunnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *