Jouw weg

‘Volg het landweggetje ongeveer een halve kilometer. De weg eindigt in een weiland. Steek het weiland over. Na een paar honderd meter ziet u aan uw rechterhand een hekje. Klim eroverheen en begin met het beklimmen van de berg in oostelijke richting. Blijf links van de kliffen.’

Kan niet missen

De eerste keren dat ik in de Ierse natuur mijn weg probeerde te vinden, was dat vaak aan de hand van beschreven routes. Een tekst, een kaartje, een paar foto’s erbij: kan niet missen. Maar al snel kwam ik erachter: kan wel degelijk missen. In Ierland zijn paden een zeldzaamheid in veel heuvel- en berggebieden. Zodra je begint te klimmen moet je dus vaak zelf je weg zoeken – dwars door hei, gras, riet en modderpoelen. Eén groot knollenveld. Ik vond dat in eerste instantie heel ongemakkelijk. ‘Mag ik hier wel lopen? Ga ik wel de goede kant op? Wat staan die schapen me vreemd aan te staren?’

Soms ging het ook wel mis. Dan keek ik na een moeizame klim uit op de heuvel naast me, en concludeerde ik met een blik op de kaart dat dat de heuvel was die ik eigenlijk had willen beklimmen. Of ik daalde af naar het verkeerde dal, waardoor ik kilometers moest omlopen om weer bij mijn startpunt te komen.

Veel succes

Met veel dingen werkt het op die manier, op allerlei gebieden in je leven: vroeg of laat kom je op een punt waar het pad lijkt op te houden. ‘Klim over het hekje en zoek je weg. Je moet omhoog, maar blijf wel een beetje bij de kliffen uit de buurt. Veel succes.’ Als je voor je uit kijkt is het enige wat je ziet één groot knollenveld. Onoverzichtelijk, onvoorspelbaar, ongemakkelijk.

Iedereen heeft op zulke momenten zo zijn eigen manier om alsnog bij zijn doel aan te komen. Je kunt wikken en wegen en voor de zoveelste keer de kaart bestuderen, of juist met een blik op oneindig doorstomen naar de top om daar maar eens te bekijken hoe het ervoor staat. Je kunt ook een ander proberen na te doen en in iemands spoor gaan lopen. Dat brengt je alleen niet altijd op de plek waar je wilt zijn; misschien had diegene wel een heel ander eindpunt voor ogen, of was hij of zij ook maar wat aan het gissen.

Je eigen knollenveld

Ja, klakkeloos het spoor van iemand anders volgen is een linke bezigheid waarbij je niet alleen de richting maar ook jezelf zomaar kwijt kunt raken. Zelf je weg zoeken is soms eng, maar het kan je ook veel opleveren. Je kunt zomaar verrast worden door je eigen vindingrijkheid en een onvermoed gevoel voor richting. Je kunt ook anderen een eindje op weg helpen – ook, of misschien wel juist, als jij niet de meest ideale route hebt gekozen. Anderen kunnen leren van jouw afwegingen, jouw obstakels, van de plekken waar jij bent gevallen en weer bent opgestaan.

Maar welke manier je ook kiest om met je eigen knollenveld om te gaan, kies je routebeschrijving zorgvuldig. Bepaal door wat en door wie je je wilt laten leiden. En uiteindelijk draait het dan allemaal om die ene beslissing: de beslissing om niet op dat hekje te gaan zitten, maar om eroverheen te klimmen. Om gewoon maar te gaan lopen. Om te vertrouwen op de routebeschrijving die je gekozen hebt. We vragen ons allemaal weleens af of we de goede kant op gaan. Allemaal kijken we met een schuin oog naar hoe anderen hun weg zoeken. En allemaal zijn we – meer dan we soms willen toegeven – soms bang om vreemd aangekeken te worden. Maar dat mag geen reden zijn om dan maar niets te doen. Ga op weg. Jouw weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *